Processies.

Strikt liturgische rondgangen binnen het kerkgebouw worden er op bijzondere dagen gehouden zoals bijv. de sacramentsprocessie op Sacramentsdag of de kruisweg tijdens de Goede Week: over het algemeen nemen daaraan alleen degenen deel, die dan aan het altaar een liturgische functie hebben. Op plaatselijke feest- en herdenkingsdagen in een parochiekerk, bijv. tijdens opening- of sluitingsplechtigheden of bij kerkelijke jubileumvieringen, wordt er na de Eucharistieviering of het Lof een processie gehouden, dit is een rondgang in of om het kerkgebouw, waarin dan het “Allerheiligste” (een geconsacreerde hostie in een monstrans) werd meegedragen. In de processie lopen geestelijken en religieuzen uit de omgeving mee en vertegenwoordigen van de parochiële verenigingen en organisaties.


Sinds de Middeleeuwen worden er processies door een stad of streek gehouden: langs de akkers voor een goede oogst, naar een vissershaven voor een goede vangst of naar een heiligdom in de buurt om bescherming tegen onheil af te smeken of uit religieuze verering, waarvan er in de 19e eeuw enkele tot nationale processies uitgroeiden zoals o.a. de Maastrichtse Heiligdomsvaart (1873), de Heilige Bloedprocessie in Brugge (medio 12de eeuw), de sacramentsprocessie in Amsterdam (1345), uitgegroeid tot de nationale “Stille Omgang” voor alleen mannen in de zaterdagnacht medio maart (sinds 1881), de Goede Week processies in Spanje en Midden en Zuid Amerika, de Mariaprocessies op 15 augustus in ondermeer Bretagne en de Willibrordusprocessie (de “springprocessie” van drie stappen vooruit en twee achteruit). In Nederland is na het opheffen in 1989 van het processieverbod van 1848 het aantal buitenprocessies geleidelijk aan het toenemen: zo wordt sinds 2002 na ruim 300 jaar in de binnenstad van Utrecht weer de Willibrordprocessie (een gewone rondgang) gehouden.