De openingsgebeden bij de jaarvergadering.

2017.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen 

In hoofdstuk 3,1-3 van zijn tweede brief aan de christenen van Korinthe schrijft Paulus het volgende: 

Beginnen we onszelf weer aan te bevelen? Hebben we soms aanbevelingsbrieven voor u of van u nodig zoals anderen? Onze brief bent u, geschreven in ons hart, maar voor iedereen te zien en te lezen, herkenbaar als een brief van Christus, met onze hulp opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet gegrift op stenen tafelen maar geprent in het hart van levende mensen. 

Mogelijk was er enige wrijving tussen Paulus en de christenen in Korinthe die op een brief van hem wachtten die intussen maar niet kwam zoals wij er nu van uitgaan, dat onze e-mails direct beantwoord worden, vandaar de wat geïrriteerde vraag ‘Heb je m’n mail niet gelezen?’ als een directe reactie uitblijft. Paulus’ antwoord is kort en goed, dat de Korintiërs zo’n brief eenvoudigweg niet nodig hebben, omdat zij zélf die brief zijn. ‘Jullie’, zegt Paulus, ‘zijn een brief van Christus: wat ik jullie over Hem verkondigd heb, staat geschreven in jullie harten, in jullie diepste innerlijk, is jullie onvervreemdbaar eigendom geworden’.

Wat een prachtig beeld is dat, goede gildebroeders: christenen, dus ook wij net als onze geloofsgenoten daar en toen in Korinthe, zijn een brief van Christus die voor iedereen te lezen is. Geloven in Hem, vertrouwen op Hem -we spreken het iedere zondagse eucharistieviering in het Credo uit- is niet een overtuiging die we voor onszelf houden, ‘achter de voordeur’ zoals dat vandaag de dag wel genoemd wordt, maar blijkt, ja moet blijken uit wat we onze medemensen in woord en vooral daad voorleven. En dat niet alleen of allereerst individueel, ieder voor zich maar sámen, in en vanuit onze parochiegemeenschap en vanuit ons dragersgilde.

Wat we anderen dan te lezen geven, verwoordt Christus (wiens brief we immers zijn) in zijn bergrede zo: ‘Als iemand een geding tegen je aanspant om je hemd te krijgen, geef hem dan ook je jas. Als iemand je dwingt hem een mijl te begeleiden, ga er dan twee met hem mee. Geef aan wie jou iets vraagt, en wend je niet af als iemand van je wil lenen. (…) Jullie zullen dus onverdeeld goed zijn, zoals jullie hemelse Vader onverdeeld goed is’

(Matteüs 5,40-42 en 48).

Méér doen dan normaal is: met zoveel woorden roept Christus ons op ons in die zin ab-normaal te gedragen: blijkbaar onderscheiden christenen zich door zich extra in te zetten voor het leven en welzijn van anderen en daarin onverdeeld te zijn en dat wil zeggen: wars van eigenbelang, onbaatzuchtig.

Zo zijn we, zegt Christus in diezelfde bergrede, ‘het zout van de aarde’ en ‘het licht van de wereld’. Bidden we, dat ook ons licht schijnt voor de mensen, opdat ze onze goede werken zien en onze Vader in de hemel verheerlijken. Dat onze patroonheilige Petrus daartoe voor ons ten beste spreekt en daarom: Heilige Petrus, bid voor ons.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen

Sint Pieter, 28 maart 2017, Peter J.I. Flaton


2016.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Amen.

Uit De Handelingen van de Apostelen 3,1-10:

Eens gingen Petrus en Johannes op de gebedstijd –het negende uur- naar de tempel. Nu was er een man, al vanaf de moederschoot verlamd, die elke dag daarheen werd gedragen en bij de tempelingang, die de Schone heet, werd neergezet om een almoes te vragen aan de mensen die de tempel ingingen. Toen hij Petrus en Johannes zag, die juist de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aal-moes. Petrus keek hem doordringend aan, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons eens aan!’ Hij hield het oog op hen gericht, in de veronderstelling iets van hen te krijgen. Maar Petrus zei: ‘Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in naam van Je-zus Christus de Nazoreeër, kom overeind en loop.’ Hij pakte hem bij zijn rechterhand en hielp hem overeind. Meteen kwam er kracht in zijn voeten en enkels; met een sprong ging hij staan en liep hij en hij ging met hen de tempel binnen, lopend en springend en God prijzend. Al het volk zag hem lopen en God prijzen. Ze herkenden hem als de man die altijd bij de Schone Poort van de tempel zat voor een aalmoes, en ze werden verschrikt en verrukt door wat er met hem gebeurd was.

In een van de Petrusramen in onze Sint Pieter-beneden, goede gildebroeders, is deze scène in glas-en-lood verbeeld, als een van de handelingen van de apostel Petrus. Zoals Jezus zijn zending begon met het zichtbaar maken van de heilzame kracht van het rijk Gods hier op aarde, zo zien we Petrus hier hetzelfde doen vanuit diezelfde kracht. En vandaar: ‘in de naam van Jezus Christus’ waarmee hij duidelijk maakt dat niet hij maar Christus hier aan het werk is.

Dat vraagt om vertrouwen ook van de kant van de invalide bedelaar die al heel zijn treurige leven lang daar bij die Schone Poort zijn dagelijkse kost bij elkaar moet krijgen. En zo zien en horen Petrus en Johannes hem bijna plichtmatig en een-tonig om zo’n aalmoes vragen. Maar geloof in de zin van vertrouwen vraagt om echt contact, om de blik van de ander die de onze ontmoet en daarom kijken ze elkaar aan, Petrus en Johannes en die invalide bedelaar die zo ervaart, wie weet voor het eerst in zijn bestaan, dat anderen oprecht belangstelling voor hem en zijn lot hebben. Daarmee moet het beginnen, het wonder, of beter: die ontmoeting is het eigenlijke wonder dat genezing mogelijk maakt. Als zien kijken wordt en horen luisteren, weten en voelen mensen zich gekend en herkend en kunnen ze verder zoals de lamme in dit verhaal die opstaat en zomaar de tempel binnenloopt.

Het sleutelwoord in onze taal voor die ontmoeting van oog naar hart is ‘barmhartigheid’, als omzien naar elkaar en vooral naar hem en haar die onze aandacht zo nodig hebben. Dan wordt de Schone Poort de Porta Sancta, de deur naar heil en genezing. In dit jaar van barmhartigheid zijn er ook in onze stad zulke heilige deuren waar we doorheen kunnen: in de Servaes en de Onze Lieve Vrouw-Sterre-der-Zee. Ze herinneren ons eraan en maken ons ervan bewust, dat ook wij zoals we hier bijeen zijn er sleu-teldragers van zijn en dat Christus ons met Petrus roept te handelen als zijn apostelen in ons dagelijkse leven, hier en nu.

We willen ons realiseren, dat we dat niet op eigen kracht kunnen. Bidden we daarom met onze Paus Franciscus het gebed om barmhartigheid:

Zend uw Geest en heilig eenieder van ons met zijn zalving, zodat het Jubileum van Barmhartigheid een jaar van genade zal zijn van de Heer, en uw kerk met hernieuwdenthousiasme het goede nieuws zal brengen aan de armen, de vrijheid zal verkondigen aan gevangenen en onderdrukten en blinden zal laten zien. Wij vragen dit op voorspraak van Maria, Moeder van Barmhartigheid, Gij die leeft en heerst met de Vader en de Heilige Geest in alle eeuwigheid. Amen.

Heilige Petrus, bid voor ons. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, Amen.

Sint Pieter, maart 2016, Peter J.I. Flaton


 

2015.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
‘Domine quo vadis’. Bevrijd door een engel uit de Marmertijnse gevangenis in het centrum van Rome heeft Petrus zich op zijn vlucht uit de stad naar de uitvalspoort aan de Via Appia gehaast om vandaaruit naar het zuidoosten te lopen en er in een van de havens scheep te gaan, terug naar huis, naar Galilea en ver weg van het levensgevaar dat hem in Rome zo bedreigde. En daar op die Via Appia ziet hij in de ochtenschemering een gestalte op zich afkomen in wie hij even later het gelaat van Christus herkent en vandaar zijn vraag: ‘Domine quo vadis’, “Heer, waarheen zijt ge op weg?” en Jezus’ antwoord: ‘Eo Romam iterum crucifigi’, “Ik ga naar Rome om opnieuw gekruisigd te worden”. In de vloer van
het kerkje dat op die plek gebouwd is, is nog altijd de afdruk van Christus’ voeten te zien, stil getuigenis van dat dramatische mo-ment. Opnieuw immers staat Petrus op het punt zijn Heer van wie hij gezegd heeft ‘Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God’ te verraden. Na de slaap in de hof van Getsemane en de loochening bij het vuur op het voorplein van het huis van de hogepriester is er deze derde maal: alsof daar even buiten Rome de haan opnieuw kraait. De steenrots waarop Christus zijn kerk wil bouwen, wordt een kiezelsteentje, voortgeschopt langs de weg van het leven om voorgoed in het niets te verdwijnen, een nameloze in de drom der namelozen.
‘Petre, quo vadis’, “Petrus, waar ga je naar toe”, horen we Jezus daarom net zo goed vragen: ‘Is mijn visioen van het Rijk Gods waaraan ik mijn leven hier gewijd heb en waarvoor ik het ten slotte gegeven heb, die droom van vrede en gerechtigheid, van liefde tot God en voor de naaste je zo weinig waard dat je de gemeenschap waarvan ik jou als herder heb aangesteld aan haar lot overlaat en aan de wolven prijsgeeft? Zo voor de keuze geplaatst –die tussen een zinvol leven voor het heil van anderen en de lichtheid van een bestaan enkel voor zichzelf- keert Petrus op zijn schreden terug, wordt hij opnieuw door Christus geroepen en hoort hij zijn stem: ‘Wees niet bang’. Als leden van het dragersgilde van de Heilige Petrus willen wij ons aan deze Petrus spiegelen en naar zijn voorbeeld getuigen in woord en vooral daad van Christus’ visioen van het Rijk Gods. We dragen dat letterlijk uit in onze betrokkenheid bij de liturgie van onze kerk en figuurlijk in ons engagement voor het welzijn van onze parochie en voor dat van onze naasten dichtbij en veraf, samen in onze steun aan elkaar en ieder voor zich in de stilte van het hart. Dat deemoed daarbij onze leidraad is, komt voort uit het besef dat in ons ook die andere Petrus huist: de bange kleinmoedige die de ander ontloopt als die in zijn en haar nood een beroep op onze inzet doet, de ander in wie Christus op ons toekomt.

Bidden we, dat ons ‘Domine quo vadis’ het antwoord van de goede keuze is met deze woorden:
we willen U dienen, Heer, ook als de wereld niet van U wil weten, omdat U ons verhoort als wij U vragen dat wij U zouden herkennen in het Woord, in uw wonderdaden, in kinderen, in broze en lijdende mensen, in brood en in wijn. Ja, U Heer, willen wij dienen.
Heilige Petrus, bid voor ons. In de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Peter Flaton, Maart 2015


2014

God,
Ge hebt de heilige Petrus omwille van zijn liefde voor uw Zoon tot de eerste onder de apostelen gemaakt, tot de voorzitter van de liefdesgemeenschap die de kerk moet zijn. 
Wij danken U dat ook ons onder de naam van Petrus samenbrengt als uw kerk, hier ter plaatse, al zovele eeuwen. 
Wij danken U vandaag bijzonder dat U ons 10 jaar geleden samenbracht als een broederschap van de heilige Petrusdie deze geloofsgemeenschap wil uitdragen en dienen. 
Blijf ons uw goede Geest schenken.
Vergroot onze liefde voor uw Zoon en zijn evangelie.
Scherp onze aandacht voor wat er om ons heen gebeurten voor wat wij kunnen doen voor uw kerk.
Geef ons een geest van geloof, vertrouwen en wijsheid,zodat we met bezieling verder gaan op onze weg,die hopelijk de uwe is.
Dat we ook elkaar vasthouden en goed doenen samen waken dat uit ieder van ons en uit ons allen samen moge groeien wat Gij bedoeld hebt.
Dat bidden wij, samen met de heilige Petrusen door Christus onze Heer. Amen.

Pastoor Fr. Delahaije 


2013.

 De lezing is genomen uit het Evangelie volgens Johannes, hoofdstuk 21, de verzen 15-17:

 Toen ze gegeten hadden vroeg Jezus aan Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief, meer dan de anderen hier?’ ‘Ja, Heer’, zei hij, ‘U weet dat ik van U houd’. Daarop zei Jezus: ‘Zorg dan voor mijn kudde.’

Nogmaals vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’

‘Ja, Heer,’ zei hij, ‘U weet dat ik van U houd’. Daarop zei Jezus: ‘Wees dan een herder voor mijn schapen.’ Nog een derde keer vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Mij?’ Het deed Petrus pijn dat Hij hem voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield, en hij zei: ‘Heer, U die alles weet, U beseft toch wel dat ik van U houd.’ Daarop zei Jezus: ‘Zorg dan voor mijn schapen’.

 Zo spreekt de Heer.

 Overweging

 Het tweegesprek dat Johannes ons in de lezing van zo-even aanreikt, kennen we allemaal van de kerk-op-de-berg: het is afgebeeld in één van de Petrus-ramen in de absis, zoals de wijze waarop Petrus Jezus’ opdracht uitvoert is weergegeven in het glas-in-lood in de rechterzijbeuk van de kerk-beneden. Zo zijn onze twee parochiekerken ook visueel nauw met elkaar verbonden, toegewijd aan Petrus als ze beide zijn. En ook die schapen zijn dichtbij voor wie van wandelen op de berg houdt: grazend in de weiden rondom de hoeve Zonneberg weten ze ons iedere lente weer met hun lammeren te vertederen en symboliseren ze bijna het aardse paradijs van Genesis 1, de wereld zoals onze Schepper die bedoeld heeft. Ik zeg ‘bijna’ want vanwege al dat onlangs geplaatste hekwerk voelen we ons er tegelijk enigszins uit verbannen, ook al blijven we in bijbelse sferen met de twee zwijntjes, die aan de parabel van de verloren zoon doen denken.

Uiteraard doen we Johannes tekort, als we het bij dit idyllische tafereel zouden laten want het beeld van de herder dat de kern vormt van dit dialoogje is wezenlijk voor Jezus zelfverstaan, die immers van zichzelf heeft gezegd: ‘Ik ben de goede herder’. En over Hem dicht Psalm 23: ‘De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij in grazige weiden rusten, Hij voert mij naar vredig water, daar geeft Hij mij nieuwe kracht. Hij leidt mij op het rechte spoor omwille van zijn naam. Al moet ik door dalen van duisternis en dood, ik ben voor geen onheil bang, want U bent bij mij: uw stok en uw staf geven mij nieuwe moed’.

Omzien naar ons, voorzien in wat wij geestelijk en emotioneel nodig hebben

en voorzien in ons verlangen naar leiding en structuur in ons leven want we kunnen het vaak niet alleen af: dat en trouwens nog veel meer is wat met het beeld van de goede herder gezegd wil zijn. En hoe we ons dat concreet voor mogen stellen, heeft Hij ons laten zien in, met en door zijn levensweg die de weg naar het kruis is geworden én die naar Pasen want een zo geleefd leven

is sterker dan de dood.

Als Jezus Petrus tot drie keer toe vraagt: ‘Houd je van me’, wil Hij van hem weten: ‘Ben je bereid met hart en ziel (vandaar dat getal drie) zo’n herder te zijn?’ ‘Liefhebben’, ‘houden van’ in bijbelse zin verstaan betekent: de weg van Christus gaan, Hem navolgen, doen als Hij en stok en staf zijn voor wie dreigen te struikelen, onze steun letterlijk of figuurlijk zo nodig hebben. Het ja van Petrus is gehoor geven aan die opdracht, is luisteren naar de stem van die goede herder en zich geroepen weten zo’n mens te worden. We hebben die stem in de eucharistieviering van afgelopen zondag nadrukkelijk gehoord en vandaar de naam ervan: ‘roepingenzondag’ en het daarbij passende beeld: het archetype –zoals Pastoor het in zijn preek gisteren verwoordde- van de goede herder.

Bij ‘roeping’ denken we vanzelf allereerst aan die tot de gewijde ambten van diaken en priester, aan hen (de bisschop wijst er in zijn brief op) ‘die spreken namens Hem, de sacramenten van eeuwig leven schenken, en liefde en zorg besteden aan allen’. En bij deze roeping denken wij hier in Sint Pieter, deze grazige weide tussen Maas en Jeker, in enen aan onze eigen ‘pastor bonus’, die dit jaar samen met zijn kudde, onze geloofsgemeenschap, zijn veertig jaren priester-zijn gedenkt en wil vieren. En daar is alle reden toe want hij is een herder naar Christus’ en ons hart en beslist ook naar dat van Franciscus.

Maar die roeping geldt ook ons zoals we hier bijeen zijn, leden van het gilde

van de Heilige Petrus, de patroon van onze parochie. Ook wij zijn geroepen

herder te zijn, samen als gildebroeders getuigend van ons christen-zijn en in ons omzien naar elkaar, elkaar bemoedigend en steunend waar mogelijk en elkaar nieuwe moed gevend waar nodig.

We denken hier aan degenen in ons midden van wie dierbaren ernstig ziek zijn, aan hen die treuren om het verlies van geliefden en ook aan hen die de economische crisis in hun bestaan dat dat van hun gezin is, moeten ervaren.

Dat wij voor hen en voor elkaar goede herders mogen zijn.

Dat vragen wij U, Christus de Heer, U de mensenzoon met ons begaan, Gij zult met ons uw wegen gaan, getrouwe herder is uw naam. Heilige Petrus, bid voor ons. Amen.

 

Peter Flaton, april 2013.

 

2012.

 Marcus 9,2-13

 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleenwas. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante, en zijn kleren werden schitterend wit, zoals geen bleker op aarde ze maken kan. Elia verscheen hun samen met Mozes, in gesprek met Jezus. Petrus zei daarop tegen Jezus: “Rabbi, het is maar goed dat wij hier zijn; laten we drie hutten maken, voor U een, en voor Mozes een, en voor Elia een” Want hij wist niet wat hij moest zeggen; zo vol ontzag waren ze. Er kwam een wolk die hen overdekte, en er klonk een stem uit de wolk: “Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem”. Toen ze rondkeken, zagen ze ineens niemand meer, alleen Jezus was bij hen. Terwijl ze van de berg afdaalden, bezwoer Hij hun niemand te vertellen wat ze gezien hadden, voordat de Mensenzoon uit de doden zou zijn opgestaan.

 

 Gebed

 

Onze Vader, maak ons blijvend aandachtig voor alle mensen die wij dagelijks ontmoeten tussen ons thuis en ons werk langs de straten van de stad en van het leven.

Laat ons niet uitwijken voor concrete ontmoetingen met medemensen die vragen stellen of voor wie heel het leven een vraag is.

Laat ons niet in een boog rond de problemen en de mensen heen lopen.

Laat ons niet leven in verleden of toekomst maar in het concrete hier en nu.

Geef ons elke dag de moed om dat te doen wat er gedaan moet worden.

Maak ons bereid om ons in te zetten in elke situatie waarin op ons een beroep wordt gedaan.

Laat ons niet op mooie principes boven de werkelijkheid zweven maar laat ons thuis zijn op de begane grond. Dat vragen wij U door Christus onze Heer en op voorspraak van de heilige Petrus, Amen.

 


2011.

Beste vrienden van het Dragersgilde,

 het is alweer één jaar geleden dat wij hier allemaal samen waren om in gedachtenis van onze patroon de H. Petrus hier samen in het Pieterkelderke het wel en wee van het Dragersgilde te bespreken.

 

Nu is het zo dat wij allemaal samen toch wel een band hebben opgebouwd met Sint Petrus. Die ruwe bolster die door dik en dun onze Heer Jezus verdedigde en die de leiding over zijn kerk gekregen heeft en ons ook geïnspireerd heeft en wij hebben in Petrus een vaderfiguur gevonden die niet alleen ons aanspreekt maar ook vele mensen om ons heen in de wereld.

 

Uit twaalf discipelen is hij gekozen om de leiding van de gelovigen op zich te nemen over de wereldkerk die toen der tijd weliswaar nog niet zo veelomvattend was als heden maar toch zeer belangrijk was voor de toenmalige begrippen. Petrus moet een geboren leider zijn geweest die, in de huidige tijd, een manager pur sang te noemen is.

 

Het is dan ook bijzonder dat Petrus, en niet te vergeten zijn mede-apostelen het Rijk Gods hebben kunnen uitdragen en het zaad van de Heilige Schrift hebben kunnen uitzaaien over de miljoenen mensen in Israël en de diaspora. Tegenwoordig hebben wij de moderne communicatiemiddelen om te conserveren, maar in die tijd was het anders. Dat het Woord zich zo snel kon verbreiden en kon aarden in de harten van de mensen moet hebben gelegen aan de boodschap van Jezus en aan de H. Geest die Hij over zijn discipelen en volgelingen heeft gebracht.

 

En wij hier in het dorp Sint Pieter zijn ook geïnspireerd door Jezus en zijn Apostel Petrus die ons de kracht geeft om zijn beeltenis te dragen over Gods wereld en wegen. Nu is dit maar een kleine inspanning vergeleken met dat wat Sint Petrus heeft gedaan, maar ieder van ons, ieder op zijn eigen manier is een Petrus in het klein doordat wij zijn Woord belijden en zijn daden onderschrijven. Net zoals Petrus dat gedaan heeft. Hierdoor zijn ook wij volgelingen van Sint Pieter.

 

Broeders laten wij nu besluiten met een Onze vader en een Wees Gegroetje als dank aan Jezus en zijn moeder Maria als dank voor het geloof wat Hij aan zijn Apostelen en de mensen op de wereld heeft gegeven.

 

Amen.

 Gerard Felix, maart 2011.


2009.

Het is alweer een jaar geleden sinds wij hier samen waren om ons te buigen over wat er allemaal op de agenda staat i.v.m. het “uitdragen van St. Petrus”. 
Het is goed om weer zoveel vertrouwde gezichten te zien en het bestuur hoopt dat wij het komende seizoen ook weer met zo velen Petrus op de schouders zullen nemen om hem te tonen aan de gelovigen in binnen- en buitenland, maar daarover zullen jullie straks uitgebreid geïnformeerd worden. 
In deze tijd waarin iedereen zijn eigen weg gaat en waarin verenigingen het vaak moeilijk hebben om zich staande te houden omdat de leden zich niet meer aangetrokken voelen tot het doel van een vereniging en zeker daar waar het een vereniging met een religieus karakter betreft, is het goed om te zien dat er nog mensen zijn die hun prioriteiten kunnen stellen en zich mede durven profileren vanuit hun eigen religieuze overtuiging. 
Laatst hoorde ik op tv iemand verkondigen dat hij genoeg had van al die onzin die al 2000 jaar verteld wordt. Dit werd gezegd in relatie tot de evolutietheorie en deze man was een supporter van het Darwinisme en hij liet duidelijk merken dat hij het Scheppingsverhaal maar flauwekul vond. 
Ik ga me er niet over uitlaten wie er nu wel gelijk heeft of dat ze misschien wel allebei gelijk hebben, maar ik vind wel dat “de gelovige” mens als supporter (en supporter betekent ook ondersteunen) dus de drager van Jezus Christus en zijn Apostelen is. 
Het is jammer dat in onze hedendaagse tijd het supporteren van de Kerk in het verdomhoekje geplaatst wordt: het wordt pas interessant voor de media als er door het “wereldinstituut” onze Kerk weer eens verkeerde dingen gezegd worden dan halen we de voorpagina van de kranten. Ik ga hier dus niet over uitweiden maar jullie kennen wel de meest recente gebeurtenissen. 
Het bestuur is er daarom trots op dat wij als jonge en vitale vereniging, wij bestaan pas 5 jaar, durven getuigen van ons geloof in Jezus Christus en dit mede doen door de H. Petrus te ondersteunen en uit te dragen over Sint Pieter en omstreken. 
Het goede en unieke in ons uitdragen is dat wij onderstrepen wat waardevol is in ons leven en geloven, iedereen doet dit op zijn eigen manier, thuis en in de wereld en hier vanavond doen wij dit samen! 
Gedenken wij echter ook diegenen die niet meer bij ons kunnen zijn en in het speciaal Joachim Ceulen van wie wij nog niet zolang geleden afscheid hebben moeten nemen. 

Bedankt. G. Felix, Eben-Emael, 4 maart 2009.


2008.

Het voorjaar breekt aan, het gras kruipt langzaam uit de aarde, de bloemen beginnen te ontluiken, de struiken laten hun eerste blaadjes zien en zelfs sommige bomen ervaren de luttele zonnestralen als een weldaad en steken hun ontspringende blaadjes als voelsprietjes in de soms warme lucht. 
De vogeltjes gaan nestelen en de boeren ploegen het land om zodat de zaadjes kunnen kiemen in de omgewoelde bodem. Ook wij zijn hier vanavond voor een hernieuwde kennismaking, na de lange winter, om ons, in dit ontluikende voorjaar, weer te gaan voorbereiden op het uitdragen van de H. Petrus hier in ons dorp Sint Pieter en daarbuiten, waar Hij ons ook mag voeren , daar waar wij gevraagd en welkom zijn. 
Sint Petrus heeft zich ook laten zenden door Jezus en ook wij mogen blij zijn dat onze aanwezigheid, in Zijn naam, anderen mag verheugen en sterken in geloof. Een beeld dat gedragen mag worden, door iedereen die zich daartoe geroepen voelt en die de Christelijke normen en waarden onderschrijft, ongeacht zijn huidskleur of politieke overtuiging. 
Petrus heeft ons gevraagd om hem te volgen zodat Jezus Christus zijn Geest kan laten schijnen over ons leven; ons doen en laten. 
De apostelen zijn, op verzoek van Christus, hun weg over de wereld begonnen, zonder te vragen waarheen, maar wel in de overtuiging dat zij, geïnspireerd zoals ze waren door de H. Geest met Pinksteren, wisten dat hun levensweg vervolmaakt zou worden door te leven naar zijn Woord en Geest. 
Nu vragen wij jullie niet om in navolging van Petrus en de andere apostelen de hele wereld af te gaan reizen, maar wel om dit te doen in onze kleine wereld, allereerst hier op Sint Pieter, in Maastricht, alsook daar waar mede-christenen ons nodig hebben. 
Het moet onze overtuiging en kracht zijn om te willen werken aan een wereld die, nu hij aan het veranderen is en nu wij staan aan een nieuwe universele structuur, ons eeuwen oud geloof, ons aangereikt door Jezus en geworteld in mensen, om dit uit te dragen en door te geven naar de komende generaties en tijden. 
Jullie hoeven hiermee niet op de barricaden, maar draag Petrus niet alleen op jullie schouders, maar ook in jullie hart! 

Tenslotte zou ik nog willen gedenken onze overleden leden: Dhr. Pricken, Camille Gadet en ook nog Pater Laetus, die mij verzekerd heeft “dat als dat hierboven niet waar zou zijn, zij wat zouden meemaken”, welnu tot op heden is het rustig gebleven, dus twijfelt niet!!

Amen. 

G. Felix, Eben-Emael, 6 maart 2008.